Maison paysannehttps://bibliotheca.havelange.be/patrimoine/patrimoine-de-flostoy/hameau-de-montegnet/maison-paysannehttps://bibliotheca.havelange.be/patrimoine/patrimoine-de-flostoy/hameau-de-montegnet/maison-paysanne/@@images/image-1200-7d4573b1bb0d6bc47a4ca4647ef5a0f2.jpeg
Maison paysanne
Informations
Panneau 16
Maison paysanne avec les ouvertures agricoles du XVIIIe siècle
Le croquis illustre les différentes ouvertures du bâtiment. Chaque entrée donnait accès à un abri pour animaux. L’étable des vaches: le seuil de la porte est au niveau de celui de la cour. Les vaches y passaient en file indienne. Le refuge de l’Effraie des clochers: il laisse passer un peu de lumière et permettait au rapace nocturne d’entrer dans les combles. Le fenil: situé au-dessus de l’étable. On y engrangeait le foin. L’ouverture d’aération de l’étable située à hauteur de cornes, les bovins pouvaient respirer l’air qui y circulait. La vaste grange: sa forme en arc de cintre épousait celle des charrois de gerbes ou de foin qui y rentraient. Cette entrée basse et la petite ouverture d’aération en forme de meurtrière étaient caractéristiques des rangs à cochons.
Le poulailler: la volaille y accédait par une rampe à échelons.
La bergerie basse et cintrée: les moutons y passaient en groupe.
L’écurie: le cheval ou l’âne passait la tête par la «bawette» de la porte (portillon ovale). Le pigeonnier: les pigeons voyageurs rentraient au pigeonnier ou le quittaient par la terrasse d’atterrissage et/ou d’envol.
Maison paysanne avec les ouvertures agricoles du XVIIIe siècle – Landelijk huis met typische gevelindeling van een boerderij in de 18de eeuw
De schets illustreert de verschillende openingen van het gebouw. Elke ingang heft een specifieke functie. 1 - De koeienstal: de drempel van de deur bevindt zich op het niveau van de binnenplaats. De koeien gingen er in één rij doorheen. 2 - De opening voor de kerkuil: Ze laat een beetje licht binnen en liet de nachtelijke roofvogel de zolder binnen.
3 - De hooizolder: gelegen boven de stal. Daar bewaarde men het hooi.
4 - De ventilatie-opening van de stal, op de hoogte van de hoorns, stelde de runderen in staat om de lucht te ademen die daar circuleerde.
5 - De grote schuur: zijn gebogen vorm stemt overeen die van de hooiwagens die daarlangs binnen reden.
6 - Deze lage ingang en de kleine ventilatie-opening in de vorm van een schietgat waren kenmerkend voor de varkensstallen.
7 - De kippenren: het gevogelte kwam binnen via een trap.
8 - De lage en gebogen schuur: de schapen gingen er in groep doorheen.
9 - De stallen: het paard of de ezel stak zijn hoofd door de "bawette" van de deur (ovale poort).
10 - De duiventil: de postduiven kwamen binnen of verlieten de duiventil via het landings- en/of opstijgterras.