Dressée au sommet de la toiture de la tour de façade du château, l’ornement de faîtage se distingue par sa forme de crête ponctuée de deux éléments verticaux.
Bien qu’utilisés aux jonctions comme éléments d’étanchéité, au sommet entre les pans de toiture, les pièces de faîtage font partie de l’art d’embellissement.
La complexité de la composition de ces ornements est directement liée à la prestance de la construction qui le porte, au rang social et à la profession du propriétaire. Les ornements de toiture comptent aussi parmi les vestiges qui témoignent encore des symboles qui appartiennent à la mémoire des croyances et des rituels de nos sociétés.
Dans le cas présent, la crête contient trois pièces centrales en fer forgé: les fleurons. Chacun d’eux évoque une fleur de lys ou d’iris. Ces fleurs renvoient au drapeau des souverains de la Nouvelle France (le drapeau du Québec en est orné en mémoire de Clovis qui avait adopté le lys comme symbole de la victoire sur les Wisigoths). L’image de la fleur renvoie aussi à la divine trinité, à la protection de la Vierge Marie et à la fécondité.
Les axes verticaux s’élançant dans le ciel témoignent de la relation indissociable entre ciel et terre, le paradis perdu et le péché originel.
L’axe vertical côté est fait office de girouette. L’étendard au sommet indique la direction du vent. Le lion stylisé accroché à l’axe est symbole de la royauté et de la force.
Sur l’axe vertical côté Ouest, trois pièces en arc de cercle contiennent chacune en leur centre une flèche pointée vers l’extérieur.
Sur la dépendance latérale à l’Est du château, la faîtière de la tour est ornée de deux épis simples. Dans la tradition ancienne, le symbole général de l’épi est la croissance et la fertilité.
Décoration faîtière – De kroon- of dakversiering
Geplaatst op de top van het dak van de toren op de voorgevel van het kasteel, onderscheidt zich een kroon- of dakversiering in de vorm van een horizontale hekstructuur met twee verticale elementen. Hoewel ze dienstdoen als afdichting van het dak, hebben ze artistieke waarde en worden ze beschouwd als sierkunst.
De samenstelling en mate van complexiteit vaneen dergelijke dakversiering is symbolisch voor de sociale status en/of het beroep van de eigenaar. De dakornamenten maken deel uit van de overlevering en zijn getuigen van de symbolen, overtuigingen en rituelen van vroegere tijden.
In dit geval is de kroonversiering samengesteld uit drie centrale smeedijzeren bloemknoppen die elk een lelie of iris symboliseren. Deze bloemen verwijzen naar de vlag van de heersers van Nieuw-Frankrijk (de vlag van Quebec is hiermee versierd ter nagedachtenis aan Clovis, die de lelie als symbool van overwinning op de Visigoten had aangenomen). Het beeld van de bloem verwijst ook naar de goddelijke drie-eenheid, de bescherming van de Maagd Maria en de vruchtbaarheid.
De verticale assen op de uiteinden van het dakornament getuigen van de onlosmakelijke relatie tussen hemel en aarde, het verloren paradijs en de erfzonde.
De verticale as aan de oostzijde fungeert als een windwijzer. De standaard bovenaan geeft de richting van de wind aan. De gestileerde leeuw die aan de as hangt, is een symbool van royalty en kracht.
De verticale as aan de westzijde bevat drie boogvormige delen met elk in het midden een pijl die naar buiten wijst. Mogelijk gaat het om een windroos.
De nok van de toren van de dependance of het bijgebouw aan de oostzijde van het kasteel is versierd met twee eenvoudige korenaren die volgens de traditie symbool staan voor groei en vruchtbaarheid.