La glacièrehttps://bibliotheca.havelange.be/patrimoine/patrimoine-de-flostoy/hameau-de-bormenville/glacierehttps://bibliotheca.havelange.be/patrimoine/patrimoine-de-flostoy/hameau-de-bormenville/glaciere/@@images/image-1200-985e7535b4896c2702436dba2d4f02b1.jpeg
La glacière
Informations
Panneau 5
La glacière de «La Caracole»
Le lieu en forme de rond-point est situé à la jonction des chemins menant à de nombreux villages voisins. Il est connu sous l’appellation «La Caracole».
Depuis la fin du xviiie siècle s’y dresse la glacière du château de Bormenville. D’après la tradition orale, cette appellation proviendrait de la forme arrondie de cette glacière et d’un sentier tracé en spirale qui aboutissait au sommet du dôme, rappelant l’aspect d’un escargot («Caracole» en wallon).
La glace était prélevée en hiver en la découpant à la scie dans les douves du château et les plans d’eau environnants. Elle était ensuite acheminée par chariots attelés vers la glacière en vue de son remplissage.
Il fallait éviter au maximum la fonte de la glace; les plus gros morceaux étaient les plus efficaces à condition qu’ils soient entassés avec le moins de vides possible. Ces vides étaient comblés par des glaçons plus petits, de la neige ainsi que par de la paille, des branchages ou des fougères afin de faciliter l’extraction ultérieure des blocs.
Cette glacière est construite en pierre de grès et de calcaire. Elle est recouverte de terre qui assure le maintien d’une température basse même en plein été. La partie souterraine (cuve) est maçonnée et de forme conique. Sa profondeur avant remblayage est inconnue (entre 5 et 12 m). Des arbres sont plantés à proximité pour protéger du rayonnement solaire.
Au xviiie siècle, la construction de ces glacières était destinée à avoir de la glace à disposition pour la conservation des aliments. Par ailleurs, dans la noblesse, il était de bon ton de rafraîchir les boissons et de déguster des sorbets ou crèmes glacées à toutes saisons.
La glacière de « La Caracole » - De ijskelder van “La Caracole”
Deze central gelegen rotondevormige heuvel ligt op de kruising van verschillende paden die naar verschillende nabijgelegen dorpen leiden. Hij staat bekend als "La Caracole".
Sinds het einde van de achttiende eeuw herbergt deze heuvel de ijskelder van het Château de Bormenville. Volgens de mondelinge overlevering komt de naam van de ronde vorm van deze ijskelder en een spiraalvormig pad dat eindigde op de top van de koepel, wat doet denken aan het uiterlijk van een slak ("Caracole" in het Waals).
Het ijs werd in de winter handmatig verzameld in de slotgracht van het kasteel en de omringende vijvers met daartoe geschikte ijszagen. Het werd vervolgens met paardenkarren naar de ijskelder vervoerd om te worden opgestapeld.
Het was noodzakelijk om het smelten van het ijs zoveel mogelijk te vermijden; De grootste stukken ijs waren het meest efficiënt, op voorwaarde dat ze werden opgestapeld met zo min mogelijk holtes ertussen.Deze holtes werden vervolgens opgevuld met kleinere ijsbrokken, sneeuw, maar ook met stro, takken of varens om de daaropvolgende extractie van de ijsblokken te vergemakkelijken.
Deze ijskelder is gebouwd van zandsteen en kalksteen. Hij is bedekt met aarde, wat ervoor zorgde dat de temperatuur zelfs midden in de zomer laag was. Het ondergrondse deel (vat) is opgetrokken in metselwerk en is kegelvormig. De diepte vóór het opvullen is onbekend (tussen 5 en 12 m). Op de heuvel werden eveneens bomen geplant om de ijskelder te beschermen tegen de zonnestralen.
In de achttiende eeuw was de bouw van dergelijke ijskelders noodzakelijk om steeds ijs beschikbaar te hebben voor het conserveren van voedsel. Bovendien was het onder de adel in de mode om in alle seizoenen drankjes te koelen en te genieten van sorbets of ijsjes.